Communicatie vraagt om een complex geheel aan functies, zoals geheugen en associatie. Door de dementie verslechteren deze functies. Uw naaste begrijpt misschien wel wat u zegt en kan gewoon antwoord geven, maar hij of zij heeft moeite met zich uitdrukken en herhaalt wat u gezegd hebt. Ook kunnen mensen met dementie moeite hebben met praten, omdat ze hun gedachten er niet bij kunnen houden. Ze kunnen gefrustreerd raken omdat ze niet kunnen zeggen wat ze graag willen en zijn afhankelijk van anderen om hun zinnen af te maken.

Uw naaste:

  • gebruikt omschrijvingen van woorden (bijv. "dat ding waarmee je schrijft" - pen)
  • gebruikt verkeerde woorden (bijv. "tafel" in plaats van "stoel")
  • heeft moeite met uitspraak
  • zinnen klinken vreemd
  • heeft moeite met ideeën of gedachten verwoorden en klaagt hierover
  • spreekt heel langzaam
  • neemt minder deel aan de conversatie
  • schakelt (eventueel) over op zijn of haar moedertaal


Tips voor de communicatie:

  • Beantwoord vragen op een rustige toon. Dit neemt vaak het gevoel van onzekerheid weg.
  • Probeer via lichaamstaal en intonatie te herkennen wat hij probeert duidelijk te maken.
  • Uw naaste spreekt beter in een vertrouwde omgeving en met haar één gesprekspartner.
  • Als uw naaste moe is, zal hij meer moeite hebben met praten.
  • Geef uw naaste aanwijzingen als hij niet op een bepaald woord kan komen. Het is beter ergens naar te wijzen dan het woord simpelweg voor te zeggen.
  • In een bepaalde sociale situatie kan hij het juist fijn vinden om bepaalde woorden aangereikt te krijgen.
  • Verplaats u in de wereld van uw naaste en communiceer op de manier die hij het prettigst vindt.
  • Lichaamstaal is voor mensen met dementie gemakkelijker te begrijpen dan woorden.
  • Het tonen van genegenheid geeft bevestiging, vergroot de zelfwaardering en verbetert de communicatie.
  • Geef zoveel mogelijk complimenten!